Op een zonnige dag betrapte ik onze vriend Rindert van Oranje met het begaan van Dé ultieme heiligschennis, althans, voor zijn volk. Hij was weliswaar bezig met het ontmantelen van ‘s Hollands favoriete biertje, tot er enkel nog een naakt armtierig flesje overbleef. “Ocharme dat arme arme Heineken” dacht ik, “nu heeft dat manneke geen jasken meer”.
Rindert, als ze je thuis zouden zien, ze zouden niet trots zijn, jongen en al helemaal niet als ze wisten dat je 5 bakken van het heiligste der hollanders heiligdommen geschonden hebt achtergelaten. En de mantels van de onschuldigen op een hoop, vies en bij elkaar geplakt, gedumpt hebt als het afval van gisteren…
Zoals één van mijn collegae in de vorige blogpost vermeldde: Karavan Gitane staat in PUB. Prachtig is dat, maar er is een ‘maar’. De snoodaard zette er enkel de Nederlandstalige link bij, terwijl ons artikeltje ook vertaald werd naar de zwoelste aller talen, het Waals!
Samen met Jasper, ook copywriter, heb ik me alvast kostelijk geamuseerd met het luidop voorlezen van dit prachtig stukje journalistiek. Om de beurt een zin en om ter sappigst. Met rollende ‘r’, die er bij Jasper soms wat rochelend uitkwam. Blijven oefenen Jasper, je komt er wel.
Ow, wat was dat toch weer ne schoonen dag. Die gekke jongens van Karavan Gitane hadden hoogstpersoonlijk invitatiekens zitten uitdelen aan de werkmenschen van dat groote publiciteitsbureau, Proximity. Lachende gezichten en een vrolijk uitgezwaai tot gevolg.
Het was dan ook niet zomaar een kaartjen dat ze in hun handen gestopt kregen, nee hoor, een gepersonaliseerd flesselken Heineken, dat vreemd smakende bier uit de Hoge Nederlanden. Over gans het etiket was de tekst veranderd met hier een kwinkslag en daar een Nederlandsche uitdrukking. En er werd gelachen, dat was zeker. De knapen van Karavan Gitane keerden tevreden weder en of ze goed sliepen die nacht, die vroeg behoeft geen stelling.